De Kever heeft door de plaatsing van de motor, het differentieel en de versnellingsbak (achterin) achterwielaandrijving.
De verschillende overbrengverhoudingen worden in onderstaande tabel weergegeven.
Informatie over de (half)automaat is hieronder te vinden.
| Overbrengverhoudingen
| 1939-1953
| 1953-1961
| 1961-1978
| 1302/1303
|
| 1e versnelling
| 3,60 :1
| 3,60 :1
| 3,80 :1
| 3,78 :1
|
| 2e versnelling
| 2,07 :1
| 1,94 :1
| 2,06 :1
| 2,06 :1
|
| 3e versnelling
| 1,25 :1
| 1,22 :1
| 1,32 :1
| 1,26 :1
|
| 4e versnelling
| 0,80 :1
| 0,82 :1
| 0,89 :1
| 0,93 :1
|
| Achteruit
| 6,60 :1
| 4,63 :1
| 3,61 :1
| 3,61 :1
|
Uitzondering is de Kever 1500 die in de 3e versnelling een overbrenging van 1,26 :1 heeft.
De differentieeloverbrenging is 4,375:1 voor de '1200' en '1300', en 4,125:1 voor de '1500' en 1600'.
De overbrengen gelden alleen voor handgeschakelde Kevers.
Vanaf 1967 was de 1500 leverbaar met een halfautomatische versnellingsbak.
De 1300 volgde in 1968.
Deze waren uitgevoerd met een drieversnellingsbak, een conventionele koppeling en een koppelomvormer.
Dit systeem was hiet geheel automatisch omdat de pook nog altijd bediend moest worden.
De pneumatische koppeling maakte een koppelingspedaal overbodig.
De vacuumklep in de linkerzijde van de motorruimte werd via een schakelaar op de versnellingspook en een relais bekrachtigd.
Daardoor was een beweging van de pook voldoende om te schakelen.
De overbrengverhoudingen komen overeen met 2, 3 en 4 van de handgeschakelde kevers.
De versnellingen zijn trouwens meer "standen":
|
Standen
|
Overbrengverhouding
|
|
L voor in de bergen
|
2.25
|
1 voor stadsverkeer (tot 70 km/uur)
|
1.26
|
2 voor buiten de stad
|
0.88
|
Helaas werden de prestaties en het benzineverbruik nadelig beinvloed.
Dit komt voornamelijk door de koppelomvormer.
Het verschil met een handgeschakelde kever is echter niet zo groot.
Het verbruik wordt voornamelijk bepaald door de bediening van het gaspedaal en 1 op 12 is goed haalbaar.
De aandrijfassen zijn bij de halfautomaten voorzien van dubbele kruiskoppelingen en liepen niet meer door de kokers.
De halfautomaten zijn tegenwoordig zeldzaam, maar nog steeds niet erg gewild.
Een automaat is vaak bereden door oudere mensen of invaliden en is daardoor vaak in relatief goede staat.
Bovendien wordt door het systeem van koppelomvormer in combinatie met conventionele koppeling de mechaniek minder belast.
Er treedt daardoor ook minder slijtage op.
Terug naar top