|
|
|
|
Pas in 1938 krijgt de Kever haar definitieve vorm en is zij productierijp. Er wordt een fabriek opgezet in Wolfsburg (Duitsland), waar tot 1978 Kevers zullen worden gemaakt. Tot de oorlog lopen er 630 blauwgrijze KdF-wagens (Kraft durch Freude, de naam die Hitler aan de Kever gaf) van de band. Deze komen in handen van Nazi-partijbonzen en niet bij de burgers terecht. Daarna wordt de productie van Kevers gestopt en schakelt de fabriek over op oorlogsvoertuigen. Zo zijn de Kübelwagen (soort jeep), de Schimmwagen (kan ook varen) en de Kommandeurswagen (met vierwielaandrijving) ontstaan, allemaal gebaseerd op de Kever.
Na de oorlog wordt de fabriek weer opgebouwd en worden de eerste brilkevers gebouwd (de achterruit heeft de vorm van een bril). Niemand ziet de toekomst van de Kevers zitten, maar omdat er behoefte is aan vervoersmiddelen en het goed is voor de werkgelegenheid, blijft de fabriek draaien. Al snel blijkt de auto een succes te zijn. Jaarlijks volgen er wijzigingen in het ontwerp en de productieaantallen nemen toe. Het succes mag duidelijk zijn: er zijn ruim 21 miljoen exemplaren geproduceerd. En nu, na ruim 60 jaar, komt er een opvolger: the New Beetle.
Naast de gewone Kever is ook de Kever Cabriolet zeer populair geworden. Het bedrijf Hebmüller neemt de productie van de Cabriolet in 1948 ter hand, maar na een brand zijn er nog slechts 80 van de 700 gebouwde Cabriolets over. Die worden voor astronomisch hoge bedragen verkocht. Daarna krijgt de Duitse koetsenfabrikant Karmann in 1949 de opdracht, en zal tot 1980 ruim 300.000 orginele Cabriolets bouwen.